DSASpeelgroep

Een forumpje voor onze spelersgroep.
 
IndexFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 Dagboek

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Dawn
Kind van de Regenboog
Kind van de Regenboog
avatar

Aantal berichten : 866
Leeftijd : 29
Location : Schoten
Registration date : 25-08-07

BerichtOnderwerp: Dagboek   vr jun 27, 2008 4:56 pm

I Back to the future

Plotseling zat ik midden in een weide, tussen de schapen. Hoe dat kwam? Ik had geen flauw idee. Ik hoorde Thenaka roepen en antwoordde… maar ik was niet de enige. Iemand anders zei iets, en ik hoorde Thenaka al zijn zwaard trekken. De schapen waren nog steeds in de weg. Na een beetje gekibbel, en het trachten van de weg te vinden, hoorden we plotseling nog meer stemmen. Stemmen die heel erg boos klonken en ons schapendieven noemden. Dat slaat toch wel alles. Uiteindelijk herkenden ze me als Tsa-priesteres zijnde en lieten ze me met rust, evenals Thenaka, die bij mij stond. Maar toen ze vroegen of ik kon instaan voor de andere man die duidelijk een tovenaar was, moest ik wel nee zeggen. Ik wist nog steeds niet hoe we hier gekomen waren, en ook niet wie die man was en waar hij vandaan kwam. Maar uiteindelijk zijn we toch vertrokken. De man zei dat hij uit de toekomst kwam, en verbazend genoeg zei Thenaka dat dat ook voor ons gold. Ik snapte het niet goed, maar hij legde uit dat ik was neergeschoten en vergiftigd, en dat we nu hier waren om de heptarg bij haar geboorte te vermoorden. De tovenaar – iets te moordlustig naar mijn zin – wou direct meedoen.

Een kind vermoorden? Ik dacht het toch niet. Dat zou ik niet toestaan. Plotseling kwam een ruiter het pad af gereden, en vertelde ons dat de koningin een dochtertje had gekregen, waarop hij weer verder reed. We liepen richting kasteel, dus de richting waarvan de ruiter was gekomen, en plotseling kwamen we nog meerdere mensen tegen. Vrouwen, allemaal te paard. Ze groetten ons, of tenminste toch mij en vroegen waar we naartoe gingen. We vertelden dat we het pasgeboren kind gingen bekijken. De tovenaar voelde zich alweer snel geïntimideerd en moest opvallen. Hij maakte zich als tovenaar kenbaar, en dat konden de vrouwen niet appreciëren. Geniepig zeiden ze dat ze ons wel zouden escorteren, om bandieten te ontlopen. Ze zeiden dat we bij de poort onze wapens wel moesten afgeven, nu ja, ik niet. Geweldig. Zo gezegd, zo gedaan, na een tijdje gewandeld te hebben, en nadat er “versterking” was gearriveerd die zich bij ons voegde, kwamen we bij een poort aan, waar mijn twee begeleiders hun wapens afgaven, ook al stribbelden ze eerst een beetje tegen. De stad was volledig gerund door vrouwen, en ze leken allemaal te denken dat mannen kinderlijke imbecielen waren. Ik vond het maar niets. Toen werden we losgelaten op de stad. Wat nu?

II First things First

We werden verwezen naar een hoogstaande herberg, waar we dan ook naartoe gingen. De herberg lag aan een prachtige fontein. We gingen naar binnen en zagen dat er niet al te veel volk was. We gingen naar de waard en vroegen een kamer voor 3. Ja, we zaten nu opgescheept met de tovenaar, hij moest er maar bij. Ze zeiden dat ze maximum tweepersoons kamers hadden, dus vroegen we ze om een bed bij te zetten. Zo gezegd zo gedaan. De tovenaar vond zichzelf slim, en zwaaide met een paar dukaten “als voorschot”, die veel te weinig waren. Ik liet hem maar doen. We gingen naar de kamer, zen zagen dat ons raam uitzicht had op de fontein. Er was ook een balkon aan. Er was een aparte wasruimte, en de kamer was gewoonweg gigantisch. De tovenaar zei dat hij in bad ging, en vroeg ons of we geen nieuwe kleren konden gaan kopen voor hem, omdat zijn gewaad te veel de aandacht trok. Zo gezegd, zo gedaan. Ik, en Thenaka gingen de stad in om de kleren te kopen. Ik wou hem kleurrijke kleren kopen, maar Thenaka dacht er anders over, dus liet ik het aan hem over, tot groot ongenoegen van de verkoper, die me vertelde dat ik niet mocht vertrouwen op de smaak van een man.

Ik voelde me zeer aangevallen door zijn manier van subtiel bevelen dat ik mannen niet mocht vertrouwen, en snauwde terug dat het zijn zaken niet waren. En ik heb er geen spijt van. Die mensen moeten dringend hun inzicht eens veranderen, en niet zo bekrompen nadenken. Ik zag voor mezelf een baljurk staan die onmiddellijk in het oog sprong door allerlei glinsteringetjes. En ik kocht hem onmiddellijk. Thenaka was verdwenen terwijl ik in de paskamer zat. Ook aar had de verkoopster commentaar op, dus vertrok ik maar. Ik werd steeds slechter en slechter gezind van die stad. Aranië, was het? Schandelijk gewoonweg. Ik ging terug naar de hotelkamer, en vond daar de rest terug. Ik zette mijn zak ergens neer, en keek een beetje rond. Toen de tovenaar uit de badkamer kwam, keek hij in de zak die ik had neergezet en trok wit weg. Hij keek paniekerig naar Thenaka, die hem vreemd bekeek. Dan keek Thenaka naar mij, kwaad omdat hij dacht dat ik toch mijn zin had doorgedreven. Uiteindelijk had hij wel door dat dat ding voor mij was, en niet voor de tovenaar. Dydan was ook in bad gegaan. Ik verkoos naar bed te gaan. Thenaka en de tovenaar gingen naar het balkon, wat smoezen. Mijn slaperigheid won dit keer van mijn nieuwsgierigheid, en ik viel al snel in slaap.

III Impulsief

Ik werd al snel terug wakker, en ik zag dat Dydan en de tovenaar bij mij in bed lagen. De onbeschaamde vlegels! Ik duwde de tovenaar uit bed, en vertrok. Nooit gedacht dat het zelfs gevaarlijk was om te slapen. Misschien zijn die Araniërs toch niet zo fout. Ik stapte naar buiten – de waard nergens te bekennen - en ik ging richting kasteel, omdat daar een paar mensen te zien waren, die nog wakker waren – wachters uiteraard - en waar ik een praatje mee kon maken. Ze hielden me tegen, en ik groette ze joviaal. Ik vertelde ze waarom ik buiten was, en ze lachten gewoon. “Jongens denken maar aan één ding, niet waar” zeiden ze. Ik lachte alleen maar. Ze stelden me voor om in et paleis te verblijven. Verbaasd door deze plotselinge uitnodiging, nam ik ze aan. Kwam dat even goed aan. In de wachtkamer, zat iemand een wapen te scherpen. Ik werd naar een kamer gebracht die er niet al te speciaal uitzag, maar die wel eenpersoons was. Gelukkig. De wachter stelde me voor om een weekje te blijven. Dat vond ik geen slecht idee. Ik bedankte hem, en ging toen maar slapen, in de veel rustigere kamer.

De volgende dag werd ik wakker, en opende de deur. Er was geen ziel te zien, maar er hing wel een heerlijke geur in de lucht. Dus ik volgde mijn neus maar. Ik kwam aan in een gigantische eetkamer, en nam ergens willekeurig plaats omdat mijn maag ook rommelde. Het duurde niet lang voor – jawel – een Tsa-priester me aansprak. Ik was nog niet veel Tsa-priesters tegengekomen. Ze leken wel een zeldzaamheid, dus dit was wel een leuke verassing. Hij vertelde me dat hij op de kinderen paste van de werknemers, en vroeg me of ik niet wilde helpen. Uiteraard nam ik dat aanbod aan. Maar eerst wou hij me nog iets heel speciaals laten zien. Hij nam me mee naar een aparte kinderkamer, waarin de prinses lag. Hij nam haar op en gaf haar aan mij. Ze was zo ongelooflijk schattig! Maar al snel moest ik haar afgeven aan een minne. Ach ja. Dan moesten we terug weg. Spijtig. Heel de dag hielden we ons bezig met de kinderen, en de Tsa-priester vertelde me dat hij een verassing had, en dat hij die me later zou vertellen, maar niet met de kinderen bij. Ook nodigde hij me uit voor een personeelsfeestje. Later vertelde hij me zijn geheim. Hij had pijlen klaargemaakt die zouden ontploffen in de lucht, voor wanneer de parade zou langskomen, en het kind werd getoond. Dat klonk onmiddellijk als een gelegenheid waar we gebruik van konden maken. Dus verleidde ik hem een beetje door zijn plan een beetje een draai te geven. “Vuurwerk is toch mooier ’s nachts” zei ik. “Kunnen we het zo niet doen?” De priester ging akkoord, maar zie dat de stoet nu eenmaal overdag langskwam, dus stelde ik voor om deze tegen te houden. Hij stemde toe, en dus wou ik hem naar Thenaka en de rest brengen. Deze waren goed in afleidingen. Het enige probleem was, we vonden ze niet terug. Ze waren niet in de herberg, niet in de stad, niemand had ze gezien. Dus gingen we naar de tempel op goed geluk, en jawel, daar waren ze. Dydan was zwaargewond, en Thenaka, leek piekfijn in orde. Tsk, laat ik ze heel eventjes alleen…

IV Verdacht

De priesters van de tempel hadden al voor Dydan gezorgd, dus legde ik Thenaka mijn plan uit. Eerst stribbelde hij tegen, duidelijk achterdochtig, maar uiteindelijk stemde hij toe. Het enige probleem was nu nog, hoe? Na hier een beetje over gepraat te hebben, ging de Tsa-priester terug. Wij beseften ondertussen dat we nog iemand moesten vinden. De meester van de tovenaar die ons had gestuurd. Of tenminste de jongen zelf. Ik dacht aan de pijlen, en bedacht dat de Tsa-priester had gezegd dat hij ze had laten betoveren door een tovenaar. Dat was misschien diegene die we zochten. Dus gingen we terug het kasteel binnen, de priester achterna. Thenaka mocht mee binnen omdat ik erbij was. Grappig. Dydan was naar de herberg getransporteerd. In zijn toestand kon hij eventjes niet mee. Dat komt er nu van. En de tovenaar? Die was verdwenen. Nergens te bekennen. En Thenaka zei ook dat hij van niets wist. Ach ja.

We vonden de Tsa-priester al snel terug, en ik vroeg hem waar hij de tovenaar had gehaald. Hij vertelde me dat hij ermee in contact was gekomen via een diplomaat die momenteel in het paleis was. Goed, daar wou ik eventjes mee gaan praten. Al had de Tsa-priester me gewaarschuwd dat het geen aangenaam persoon was. We gingen naar de aangewezen plaats, en vonden er twee wachters voor. Ze vertelden ons dat we niet binnen mochten, omdat de heer bezig was. Ik wou er genoegen mee nemen, maar Thenaka drong aan door mijn positie in het spel te gooien. Dat doet hij graag. En zoals verwacht, gingen de wachters opzij, maar enkel voor mij. Thenaka mocht niet binnen. De deur werd opengedaan en ik stapte naar binnen. De kamer was zeer donker. Er was geen licht en ik vroeg me af hoe iemand zo kon werken. Plotseling merkte ik op dat er inderdaad nog iemand in de kamer was, en hij stapte iets naar voren. Hij droeg een enge glimlach op zijn gezicht. Ik voelde dat hij een diepe afkeer voor mij leek te ebben, en deinsde terug. “Wat wil je” vroeg hij? Ik herinnerde me weer waarom ik er was en antwoordde. “Ik heb gehoord dat jij een tovenaar weet zijn.” Zei ik. Hij vroeg me van wie ik dit wist, en ik vertelde van de Tsa-priester. Hij zei dat hij geen tovenaar kende en dat ik hem met rust moest laten. Hij leek mij een zeer verdacht persoon, en ik besloot maar om weg te gaan. De deur achter mij opende, en ik merkte dat Thenaka naar binnen keek. De akelige man riep de wachters nog toe dat hij ze zou laten ontslaan, en ze waren zo boos dat ze ons maar wegstuurden.

Ik vertrouwde die kerel echt niet, en ging onmiddellijk terug naar de Tsa-priester. Ik vertelde hem mijn verdenkingen, en hij zei onmiddellijk dat hij er een paar mensen bij zou halen. Ik vond het een beetje overhaast, maar hij zei dat het belangrijk was, om het leven van de prinses te beschermen. Zo gezegd, zo gedaan.


TBC!!!
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Koen
Spelleider
avatar

Aantal berichten : 1920
Leeftijd : 30
Location : Schoten
Registration date : 24-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   za jun 28, 2008 4:36 pm

75 Aptjes voor Dawn!
Leuk geschreven. : Very Happy

_________________
Grubolsch,
Zoon van grablak,
Biervat van dienst
Is er zeker van dat griffioenen geen chimaren zijn.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://www.yes-webdesign.be
Dawn
Kind van de Regenboog
Kind van de Regenboog
avatar

Aantal berichten : 866
Leeftijd : 29
Location : Schoten
Registration date : 25-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   za jun 28, 2008 6:22 pm

maar ik ben nog niet klaar! T_T
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Koen
Spelleider
avatar

Aantal berichten : 1920
Leeftijd : 30
Location : Schoten
Registration date : 24-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   za jun 28, 2008 6:24 pm

Maak het dan af? :p

_________________
Grubolsch,
Zoon van grablak,
Biervat van dienst
Is er zeker van dat griffioenen geen chimaren zijn.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://www.yes-webdesign.be
Dawn
Kind van de Regenboog
Kind van de Regenboog
avatar

Aantal berichten : 866
Leeftijd : 29
Location : Schoten
Registration date : 25-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   ma jun 30, 2008 2:42 pm

Eventjes een sprongetje. Ik maak het vorige nog wel af, maar eerst dit...

In de kerkers

Ik en Thenaka zaten rustig in de herberg, toen hij plotseling opstond en wegging zonder iets te zeggen. Of dat nu zo verstandig was, als man-zijnde weet ik niet, maar ik had geen zin om hem doorheen de stad te achtervolgen. Hij kwam echter niet veel later al terug met, jawel, de tovenaar die was vertrokken, en een klein meisje dat zei dat ze werd achtervolgd door een of andere “etnische zuivering”. Het eerste dat bij me opkwam was “hoe kent een kind het woord etnisch?”. Ik vertrouwde het vanaf het begin al niet. De tovenaar zei dat het plan niet kon doorgaan. Wat bedoelde hij daar nu weer mee? Nu ja, ik kon het wel raden. Wantrouwig keek ik naar Thenaka, die deed alsof hij van niets af wist. Het meisje bleef staan. Ze had zichzelf ook al voorgesteld als Lyssa. Nog steeds niet verdacht? Ik probeerde de tovenaar te overhalen te vertellen wat het plan was, en uiteindelijk gaf hij toe, dat hij “het kind” wilde opblazen. Het meisje dat nog steeds stond te luistervinken uitte haar ‘verbazing’. De tovenaar zei haar eten te gaan zoeken. Het mislukte plan een beetje negerend, zei ik ze dat dat kind niet te vertrouwen was, dat ze misschien niet echt een kind was. Het zou niet de eerste keer zijn. Maar nee, laten we vooral niet luisteren naar de Tsa-priesteres. Ze vertelt toch klinkklare onzin. Het kind hadden ze al afgestaan aan de herbergier.

Goed, hun eigen schuld. Mij kon niet verweten worden dat ik de prinses ooit probeerde te vermoorden. Ik besloot naar het kasteel terug te gaan en een bepaald iemand een paar vragen te stellen. Zo gezegd zo gedaan. Ik werd snel binnen gelaten en bij de Tsa-priester gebracht, die me vroeg of ik niet wou helpen in de kinderkamer. Hij gedroeg zich nog steeds niet echt verdacht. Misschien was ik toch te snel tot conclusies gesprongen. Ik zei dat ik eerst met Ferdok wou gaan praten in de kerkers. De priester raadde het me af, maar ik kon hem toch overtuigen, en zei dat ik terug zou komen. Daarna ging ik de kerkers maar opzoeken. Al snel vond ik Ferdok daar. Hij zag er slecht uit, toegetakeld door Thenaka en Dydan. Hij keek me aan en vroeg nijdig wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik hem een paar vragen wilde stellen. Ten eerste, wat was hij aan het doen bij de pijlen toen hij werd gevangen. Hij zei dat ik dat al wiste, waarop ik heftig nee-schudde. Blijkbaar wou hij de pijlen betoveren om het kind te vermoorden, wat nik vreemd vond, want ten eerste waren ze al betoverd, en ten tweede was hij akkoord gegaan met een ander plan. Hij zei dat iemand de betovering had opgeheven en dat hij zekerheid wilde, en dus toch het kind wou vermoorden. Ik zette dit verraad even van me af, en stelde mijn tweede vraag. Wat had de Tsa-priester in dit alles te maken? Kwam het niet veel te goed uit dat hij nét naar pijlen vroeg voor vuurwerk? Ferdok vertelde dat hij de Tsa-priester het idee op de één of andere manier in het hoofd had gestoken. Hij stond dus niet langer op mijn verdachtenlijst. Mijn laatste vraag kwam louter voort uit nieuwsgierigheid. Ik vroeg hem wat hij had tegen Tsa. Hij vertelde me een onzinnig verhaaltje over een koninklijk echtpaar met 4 kinderen, waarvan de eerstgeborene geboren was uit haat. Ook daagde hij me uit een eedzegening op hem te doen, dat het toch niet zou werken. Dat hij zou liegen tot hij zwart zag. Toen hij Tsa genoeg had beledigd vertrok ik. Hij riep me nog na dat ik er spijt van zou krijgen. Het kon me niets schelen.

Tweezijdig

Ik ging maar terug naar de Tsa-priester die me vroeg of ik nuttige informatie had verkregen. Ik glimlachte en zei “een beetje”. Ik hield me aan mijn belofte en hielp hem in de kinderkamer.

Ik weet niet hoe lang dit had geduurd maar plotseling kwamen er een man en een vrouw binnen. De vrouw leek bang te zijn, en was prachtig gekleed. De mensen rondom mij, begonnen plotseling voor haar te buigen, terwijl ik er maar een beetje verstomd bij stond. De man keek listig uit zijn ogen, die onmiddellijk op mij vielen. “Waar is de kamer van de prinses?” vroeg hij mij. Ik keek eventjes naar de vrouw, die naar ik vermoedde, de koningin was, en zag dat ze hier niet akkoord mee ging. “Ik dacht dat ze pas vanavond werd getoond?” antwoordde ik. Ik probeerde eigenlijk een beetje tijd te winnen. “Dat is veranderd” zei de man. “Breng mij bij haar.” Ik weigerde uiteraard. De man zei dat hij zijn dienaren meer zweepslagen moest geven omdat ik niet luisterde, en ik antwoordde dat ik niet haar dienaar was, noch die van hem. De koningin verontschuldigde zich – volledig onterecht – bij de man in mijn plaats, en wees hem de kamer. Ze vroeg eerst aan mij en de andere Tsa-priester om mee te gaan. Beiden luisterden we naar haar verzoek.

Toen we eenmaal in de kamer stonden vroeg de man om het kind aan hem te geven. Ik weigerde nogmaals. Deze strijd zette zich een beetje verder tot de man zich heel erg kwaad maakte. Hij vroeg me hoe ik heette en waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde eerlijk, en hij zei dat hij me zou laten verwijderen uit mijn thuistempel. Ten eerste betwijfelde ik dat hij zoiets zou kunnen, en ten tweede was ik nog niet eens geboren. Dus liet hem maar proberen. Hij vertrok weer, in alle staten, en liet het kind bij de koningin achter, die met de handen in het haar zat. En alsof dat nog niet erg genoeg was, kwamen er plotseling een paar soldaten binnen, begeleid door een heks, die mij in de boeien sloten. Ze beschuldigden mij van het beramen op de moord van de prinses. Ik ontkende alles, en de vrouw zei dat ze het zelf had gehoord. Hah, uiteraard. Ik had gelijk gekregen. Wederom zei ik dat de beschuldigingen vals waren, en dat ze zelf ook moest weten dat ik er volledig tegen was. “Maar je vrienden waren het wel van plan” zei ze. Dus nu sloten ze vrienden van misdadigers op? Goed rechtssysteem zeg. “En, wat heb ik daar dan mee te maken?” vroeg ik bits. Ze zei dat ik vast een ander plan had gehad, en nogmaals sprak ik de waarheid. Ik vertelde dat ik de prinses had willen ontvoeren. Vreemd genoeg vroegen ze een reden. Nadat ze op mijn verzoek de soldaten hadden weggestuurd, vertelde ik het verhaal. Uiteraard konden ze mij niet geloven, en ze beschuldigden me van smaad aan de koningin. Hierna werd ik opgesloten, zonder dat iemand maar protesteerde, zelfs niet de Tsa-priester. En zo belandde ik in de kerkers, in een cel tegenover Ferdok. Ik ging met mijn rug naar hem toe gericht op de grond zitten, en negeerde zijn snijdende opmerkingen.

Ontsnapt

Na een tijdje werden ook Thenaka en de tovenaar bij me in de cel opgesloten. Ik wreef het hen onmiddellijk in hun gezicht dat ze een fout hadden gemaakt, maar ze probeerden het nog steeds terug te kaatsen op mij. Ik vertelde Thenaka dat hij naar mij had moeten luisteren en niet naar een tovenaar die hij drie dagen kent, maar goed, het is zijn eigen probleem. Ferdok sprak weer. Ik was hem nog niet vergeten, maar wenste dat hij zijn mond hield. In plaats daarvan zei hij dat hij ons eruit zou kunnen krijgen als we zworen dat we hem niet zouden doden. Tja, wat kan ik zeggen. Of ik het nu zweer of niet, hij zal wel weten dat ik nooit een vinger naar hem zou uitsteken. Hij zei dat hij de macht van ‘zijn heer’ zou aanroepen. Toen we hem vroegen wat zijn naam was zei hij dat zijn heer geen naam had om machtig te zijn. De naamloze. De 13de goddelijke macht. Hoe had ik daar overheen kunnen kijken. Overal verschenen ratten, kakkerlakken en ander ongedierte. Ze wervelden in het midden van de kerker en stormden op de soldaten af die haastig wegrenden, voor het ongedierte ze te pakken zou krijgen. Ferdok scheurde zijn eigen tralies aan stukken, en de onze volgde kort daarop.

We volgden hem, de kerkers uit, en zagen onmiddellijk twee soldaten liggen, hun gezichten hopeloos aan stukken geknaagd. Beiden waren dood. Walgelijk. En Ferdok maar preken dat hij nooit onschuldigen wat aan zou doen. Ik begon de man steeds meer en meer te haten. Ik volgde hem naar de kinderkamer en hij zei dat hij de ratten niet naar binnen wou sturen en de kinderen bang maken, dus vroeg hij aan mij om ze weg te sturen. Wat kan ik zeggen? Ik wou niet dat hij de kinderen zou aandoen wat hij de soldaten had aangedaan om uiteindelijk mijn koppigheid ervan de schuld te geven, dus luisterde ik naar hem en ging de kinderkamer binnen. De Tsa-priester zat er uiteraard. Ik legde hem de situatie uit en vergat natuurlijk niet te vermelden dat aan de andere kant van de deur een dienaar zat van ‘de naamloze’. De Tsa-priester ging akkoord en stuurde de kinderen naar buiten onder het alibi van ‘een uitstapje’. Hij zei dat hij zichzelf zou verstoppen, en dat hij dan hulp zou kunnen gaan vragen om de indringers te arresteren. Ik ging akkoord. Willen ze niet naar mij luisteren, dan steek ik een stokje in de wielen met de hulp van diegenen die wél luisteren. Er stonden wachters voor de deur van de kinderkamer, uiteraard, en ik wou niet dat Ferdok nog meer mensen zou doden, dus stelde ik voor iets te doen. Eerst wilde hij niet luisteren, maar toen ik hem kwaad verweet dat hij zei dat hij onschuldigen niet wou doden, maar het wel deed, zweeg hij en liet hij mijn gang gaan. Thenaka bood nooit veel tegenstand, en de tovenaar al helemaal niet.

Ik begon te zingen, en bloemen ontsproten uit de stenen, waarop de sfeer vreedzaam werd. Thenaka en Ferdok gingen de kamer binnen, en vertelden de soldaten dat ze de prinses wilden zien. Ze gingen opzij. Ondertussen bleef ik zingen. Ik moest mijn concentratie houden en wist niet goed wat er aan de hand was, maar uiteindelijk kwamen ze naar buiten. Ferdok had het kind in zijn armen. Slecht idee. Op dat moment kwamen er langs de andere kant ook mensen binnen. Soldaten en twee Rondra-priesters. Ik bleef zingen. Ik wou niet dat er een gevecht zou ontketenen. De Tsa-priester was er ook bij. Na een tijdje kwam er ook onmiskenbaar een Praios-priesteres binnen die me beval op te houden. Dat deed ik. Op dat moment hield Ferdok een dolk tegen de keel van het kleine prinsesje. Hoe durfde hij. Iedereen liet zijn wapens zakken, en Thenaka beval me bij hen te komen staan. Dat weigerde ik. Als hij niet meer wist wat de goede weg was, dan moest ik het hem maar laten zien. Ik wandelde op Ferdok af en beval hem om mij het kind te geven. Dat deed hij, waarop hij onmiddellijk werd aangevallen. Thenaka trachtte het kind terug bij me weg te trekken, maar dat werd hem onmogelijk gemaakt door de Rondra-priesters. Ik gaf het kind aan de Praios-priesteres. Het duurde niet lang voordat Thenaka, Ferdok en de tovenaar terug werden weggevoerd naar de kerkers. De Praios-priester vertelde me dat hij de wet kende en dat hij me niet mocht opsluiten. Hij vroeg me te zweren dat ik het kind niet zou trachtten te ontvoeren, maar ik heb een beetje rond de pot gedraaid, zodat ik het niet moest zweren. Ik moest binnen de grenzen van het land blijven, maar ik was niet van plan om ergens heen te gaan, dus luisterde ik. Ik ging maar terug naar de herberg.

Het noodlot nadert

Ik kwam in de herberg waarachtig de tovenaar en zijn leerjongen terug tegen. Ik dacht dat ze vertrokken waren. De leermeester vertelde me dat hij ook snel weer zou moeten vertrekken, maar dat hij iets belangrijks te vertellen had. Hij liet me een boek zien dat ik niet helemaal begreep. Hij vertelde me iets over de positie van de sterren. Het kwam erop neer dat we de volgende dag om 4 uur in de namiddag zouden moeten vertrekken om terug thuis te geraken. Anders zaten we voor eeuwig vast in de huidige tijdslijn. Eerst wou ik toch ook mijn verdenkingen over hem kwijt, dus vroeg ik hem of hij een meisje genaamd Lyssa, kende. Zijn leerling reageerde, maar hij vertelde dat hij niemand kende met die naam. Ik geloofde hem. Ik richtte me naar de jongen en vroeg hem of hij een man had gezien, omdat ze vermoord was. Uiteindelijk wist hij me te vertellen dat hij een man had gezien in een donkere cape. Een ambassadeur of zoiets. Hierna vertrokken ze weer. Dit werd ingewikkeld. Een ambassadeur, dat leek Ferdok wel. Maar hij had onder een eedzegening gezegd dat hij er niets mee te maken had gehad. En anders kon ik alleen maar denken aan hoe iemand hem erin had willen luizen… en misschien nog steeds. Maar het kon de jongen niet geweest zijn. Hoe dan ook waren er belangrijkere dingen aan de hand. Ik moest Thenaka en de tovenaar waarschuwen. Ik ging terug naar het paleis, recht naar de kerkers en kwam ze tegen op de trap. Eventjes hielden we stil, maar ik bedacht dat we nog maar weinig tijd hadden. Ik negeerde Ferdok en vertelde Thenaka wat ik had gehoord. Hij zij dat het kind met ons mee moest komen, naar onze tijdlijn. Daar kon ik volledig mee akkoord gaan. Ferdok leek ook geen bezwaar te hebben. We gingen naar buiten, zonder al te veel tegenstand, en Thenaka zei dat ik en de tovenaar de wapens moesten gaan halen. Hij smeekte me zowaar. Ferdok was weer schizofreen aan het doen. Het ene moment deed hij vriendelijk tegen me, en het andere niet. Hij werkte me steeds meer en meer op de heupen, en bleef Tsa beledigen, dus beledigde ik hem terug. Ik lachte hem uit dat hij al twee keer onder invloed van één van mijn wonderen, had gedaan wat de godin hem had opgedragen, maar dat kon hij niet aan. Zijn pietluttige hersenmassa wist dit enkel op te lossen met geweld. Ik wandelde al weg, terwijl Thenaka hem nog tegenhield. Maar toen raakte de lafaard me recht in de rug, waarop de tovenaar achter me aan werd gestuurd. Thenaka en Ferdok vertrokken om de prinses te gaan halen.

Ik en de tovenaar gingen naar waar de wapens waren afgenomen. We vroegen de wapens terug, maar ze weigerden. Ik wist de houder van de wapens eerst te overtuigen, me de staf te overhandigen als wandelstaf. Daar nam de tovenaar geen genoegen mee, en dat zou Thenaka ook niet hebben gedaan, dus beval ik ze de rest ook terug te geven met een heilig bevel. Dit werkte perfect, en we wandelden terug buiten, de soldaten voorbij, en naar de plek die Thenaka had aangewezen. Het duurde niet lang voordat Thenaka en Ferdok er aan kwamen gevolgen, omringd door een zwarte walm. Thenaka moest hem overtuigen dat we het kind niet zouden doden, en meenemen naar de toekomst. Uiteindelijk gaf hij ons het kind en vertrok. We zouden hem nooit meer weerzien, denk ik. We verstopten ons in de bossen, vlakbij de weide. We verstopten ons voor een paar ruiters die voorbij kwamen. Zelfs ik slaagde daarin. Dan werd ik gestuurd om geitenmelk te halen, omdat ik er het minst bedreigend uitzag. Ik deed wat me werd gevraagd, en waarom eigenlijk nog? Ach ja. Ik kocht 10 liter geitenmelk voor de zekerheid. Een klein kind had om het uur eten nodig. Toen ik terug was, gebruikten we Thenaka’s handschoen als fopspeen, en een leeg alchemistflesje als flesje. Toen we daarmee klaar waren, riep de tovenaar een aarde-element op, dat ons een kuil groef waarin we gingen zitten, waarna hij ons bedekte. Daarna maakte de tovenaar een klein vuurtje. Om de beurt hielden we de wacht, tot we de volgende dag terug allemaal wakker werden.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Dawn
Kind van de Regenboog
Kind van de Regenboog
avatar

Aantal berichten : 866
Leeftijd : 29
Location : Schoten
Registration date : 25-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   ma jun 30, 2008 9:55 pm

Geschiedenis veranderd

Thenaka merkte het glimmeren van metaal op, en zei ons om ons laag te houden. Maar omdat hij verder niets kon gewaar worden, sprong hij tevoorschijn, waarop er drie mensen ook tevoorschijn kwamen. Het waren twee mannen, en één vrouw, allen in het zwart gekleed. Eéntje ging onmiddellijk in strijd met Thenaka, een tweede begon een spreuk te prevelen, en de derde kwam naar mij en beval mij het kind aan haar te geven; Ik deed dit, en was eventjes compleet verward om wat ik had gedaan, terwijl ze terug wandelde naar haar groepje. Maar wat zij kon, kon ik ook. Ik beval haar om het kind terug te geven, en dat deed ze ook. Deze situatie ging zo een tijdje verder, tot ik haar plotseling beval om mij het kind te geven, en dan ver weg, weg te wandelen; Hierdoor leek de strijder waarmee Thenaka aan het vechten was even te twijfelen waardoor Thenaka de bovenhand kreeg; Maar we hadden geen tijd meer. De tovenaar en ik stonden al klaar, en Thenaka zou zich ook moeten haasten. Uiteindelijk versloeg hij diegene waar hij tegen had gevochten, en trok het masker af dat deze ophad. Hij zag zijn eigen evenbeeld. Ik weet niet wat hem bezielde, maar hij vermoorde hem. Hij trok ook het masker af van de andere man in het zwart, en zag daar het evenbeeld van onze tovenaar in. Hij sneed ook de keel over van deze man. Hoe durfde hij! Toen kwam hij bij ons staan, waarop we onmiddellijk terug werden gebracht naar de toekomst, ons eigen heden.

Mijn hoofd werd bijna afgehakt door een bijl! We bevonden ons midden op een slagveld! Het belangrijkste was nu om weg te geraken. Ik gebruikte nogmaals mijn wonderzame bloemenpracht. Maar dit belette ons niet om geraakt te worden door pijlen. Ik werd geraakt door ééntje en Thenaka door drie. Toch konden we ons uiteindelijk een weg banen naar het einde van het slagveld, waarna we er wat verloren op stonden te kijken. Ik had het gedacht. De toekomst zag er alleen maar slechter uit, en zeker niet beter dan eerst. Ik besefte toen dat mijn paard hier nog ergens weg. Het paard dat ik had gekregen van Aaron. Ik zei dat ik hem terug moest halen. Thenaka sputterde tegen, maar ik zei hem dat ik ook altijd zijn wapens moest gaan halen, en dat ik nu ook eens iets niet wou achterlaten. Hij hield dan maar zijn mond. We gingen naar het bekende stadje dat helemaal was afgebrand en geplunderd. We zagen daar de tovenaar die ons had gestuurd naar het verleden in de eerste plaats. We probeerden het hem uit te leggen, maar dit bleek nutteloos. Uiteindelijk geloofde hij ons toch dat hij ons had teruggestuurd, maar dat was het dan ook. Omdat het een verloren gesprek bleek, ging ik mijn paard maar zoeken in de stallen. Ik vond het terug! Mijn paard leefde nog! Thenaka en de tovenaar namen ook een paard mee, en Thenaka nam er nog een extra mee voor Dydan. We besloten te vertrekken naar Garethië. Daar zou de toekomstige keizerin zijn.

Gevangen
Zo reden we naar Garethië, voor vier dagen lang. Al die tijd droegen we het kind ook nog bij ons. Toen we aankwamen in Garethië, zag het er grijs en grauw uit. Ik had het anders nog nooit gezien, maar zo kan het er toch niet hebben uitgezien. Ik had vernomen dat een de geweiden niet veel respect meer erkent werd, en dat de vijand van het middenrijk, het twaalf-godengeloof wou afschaffen. We boekten een kamer in een herberg die ontzettend duur was. Ook het eten werd steeds duurder, blijkbaar omdat het schaars werd. We sliepen er een nachtje. De tovenaar zei plotseling dat er misschien een reden was dat we onszelf waren tegengekomen in het verleden. Natuurlijk! We hadden onszelf waarschijnlijk proberen tegen te houden! We hadden gezien wat we hadden aangericht, en Thenaka had zichzelf, en de tovenaar vermoord! We moesten terug zien te komen, en het kind teruggeven aan de koningin. Dit was onzin.

Wachten op de tovenaar die ons had teruggestuurd zou nutteloos zijn. Iedereen zei dat hij nog op het slagveld was. We gingen terug, dat was de beste oplossing. We vertelden de herbergier dat hij onze kamers niet vrij hoefde te houden, en vertrokken. We waren niet lang op weg, toen we een groot gevaarte op ons af zagen komen. Het was het vijandige leger. Dat zag er niet goed uit. We moesten echt dringend terug naar het verleden, deze fout rechtzetten. We probeerden rondom het leger te rijden, maar toen, op dat exacte moment, moest dat kind natuurlijk haar keel openzetten. Goede timing. Een stuk of zes soldaten kwamen naar ons toe gereden, en keken ons vreemd aan. Ze vroegen ons af te stijgen, en ik deed wat me werd gevraagd. Thenaka beledigde domweg diegene die ze aanbaden en ze vielen hem aan. De tovenaar liet zijn staf vallen en Thenaka liet zich op de grond vallen waarna ze hen beiden gevangen namen. Eén van de soldaten vroeg of het kind dat ik vastzat van mij was. Ik zei ja. Daarna vroeg hij of ik en Thenaka samen waren. Voor zijn veiligheid, knikte ik. Toen werden we weggevoerd, naar Tsa-weet-waar.

PS: Ik vraag me af hoe het gaat met Aidan...
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Koen
Spelleider
avatar

Aantal berichten : 1920
Leeftijd : 30
Location : Schoten
Registration date : 24-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   di jul 01, 2008 11:10 am

75 aptjes!

_________________
Grubolsch,
Zoon van grablak,
Biervat van dienst
Is er zeker van dat griffioenen geen chimaren zijn.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://www.yes-webdesign.be
Koen
Spelleider
avatar

Aantal berichten : 1920
Leeftijd : 30
Location : Schoten
Registration date : 24-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   di jul 01, 2008 1:17 pm

En je zal nog wel wat horen van Aidan hoor, ga hem zeker nog in het verhaal verwerken.

_________________
Grubolsch,
Zoon van grablak,
Biervat van dienst
Is er zeker van dat griffioenen geen chimaren zijn.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://www.yes-webdesign.be
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Dagboek   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Dagboek
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
DSASpeelgroep :: Karakters Jaar des Vuur :: Femke-
Ga naar: