DSASpeelgroep

Een forumpje voor onze spelersgroep.
 
IndexFAQZoekenRegistrerenGebruikerslijstGebruikersgroepenInloggen

Deel | 
 

 Jaar des Vuur: Dagboek

Ga naar beneden 
Ga naar pagina : Vorige  1, 2
AuteurBericht
Dawn
Kind van de Regenboog
Kind van de Regenboog
avatar

Aantal berichten : 866
Leeftijd : 29
Location : Schoten
Registration date : 25-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Jaar des Vuur: Dagboek   vr feb 05, 2010 6:12 pm

VXXVIII Naar Weringen

Het was duidelijk dat Daan gefaald had. Nu ja, hij had het schip gevonden waar Franka waarschijnlijk op zat. Dat was te zeggen... hij had een deur gevonden die op slot zat, en een luik op het schip. Daarna is hij een paar keer 'bijna' verdronken. Iemand had hem toch kunnen opvissen, en dus kon hij terug aan ons rapporteren wat hij had gevonden. Hij vroeg aan Lyam waarom hij hem niet was komen redden, en Lyam zei dat hij naar binnen was gestuurd omdat er een avondklok was. Ik wist dat noch niet eens, maar het was goed om weten. Maar, Daan had toch een rit voor ons op het beruchte schip geregeld. Ze hebben hem blijkbaar opgehaald terwijl hij bezig was te verdrinken, en gevraagd waar hij eigenlijk heen moest. Hij heeft toen de richting aangewezen waar zij eigenlijk heen gingen, en dus hebben die mensen gezegd dat hij mee mocht, inclusief zijn reisgezelschap, dus wij! Dan had hij toch iets goeds gedaan.

De volgende dag gingen we dus mee aan boord, en we ontmoetten daar de kapitein, genaamd Arlin van Greyvenland. Het schip vertrok vrijwel onmiddelijk. Er werd ons gezegd dat we niet te veel mochten ronddwalen, en nergens onze neus in mochten steken, dat onze zaak niet was. Uiteraard waren we iets anders van plan.Nu ja, we konden natuurlijk niet zomaar deuren beginnen open doen terwijl de soldaten het dek vulden en ons hoogstwaarschijnlijk zou betrappen. Dus gedroegen we ons, en wachtten we tot de nacht viel. We gingen onmiddelijk naar de gesloten deur en sloegen erin de deur open te breken terwijl Daan en Thenaka de soldaten afleidden met boogschietkunstjes. We vonden inderdaad Franka daar vastgeketend. We vertelden haar dat ze stil moest zijn, en maakten haar los zonder al te veel problemen. We gingen het dek af en wilden langs de touwen die naar de kust leidden naar beneden gaan, waar de paarden het schip trokken, toen ik plots een geluid hoorde achter me. En tot mijn afschuw zag ik dat Daan en Thenaka de twee soldaten die ze aan het afleiden waren, gewoon vermoordden. Ze gooiden de lijken in het water, en kwamen achter ons aan om mee langs de touwen omlaag te klimmen. Ik zei niets. Ze lusiterden toch niet naar mij. Hun zielen zouden na hun dood wel merken welke tol ervoor word geŽist.

We klommen aan land en Franka bedankte ons uitvoerig. Ze zei wel dat ze niet lang bij ons zou blijven. Ze wilde naar hof Appeltrouw gaan, en meevechten met de legers die ze nog overhad. Ze vroeg aan ons om naar een vesting te gaan, die de andere kant op lag. De vesting van Weringen. Ze zei dat ze had gehoord dat deze vesting ging worden aangevallen, en wilde dat wij ze zouden tegenhouden. Ik vroeg me af waarom mensen maar bleven denken dat wij op ons eentje hele legers aankonden, maar veel zei ik er niet over. Ik kon Franka toch niet uitstaan. We beloofden haar echter om te proberen. Ze vertelde ons ook om op te passen. Blijkbaar was er een nieuwe ziekte die de ronde deed. Een ziekte die ervoor zorgde dat je een rode lijn kreeg, die je lichaam afreisde en uiteindelijk je hart bereikte waardoor de dood onmiddelijk intreedde. De ziekte was ongeneeslijk. Met dat in gedachten, gingen we een rusteloze slaap tegemoet. Mede omdat Daan en Thenaka elkaar aan het opjutten waren. Ze wilden nog wat van dat kruid krijgen dat ze in de Radja-tempel hadden ingeademd. Ze leken verslaafd, ookal zeiden zij dat dat niet zo was. Uiteraard hadden we dat niet bij, dus moesten ze maar afzien.

De volgende dag vertrok Franka. Maar eerst gaf ze ons nog haar zegelring, zodat we veilig konden rondreizen in AlberniŽ, en veilig bij Inver ni Benain konden komen, waar we een boodschap moesten afgeven. We gingen dus verder door het bos, toen we plotseling iets door de takken zagen vliegen. Het was rood, maar meer zagen we niet. Het was zo snel verdwenen als het was gekomen. Niet veel later kwamen we een rode veer tegen. Lyam en Kareja zeiden dat die veer afkomstig was van een papegaaiaap. Ze zeiden dat een brouwsel van dat ding, levensenergie teruggaf. Daan en Thenaka waren er beiden slecht aan toe, dus aten ze het ding snel op. Maar, het gaf helemaal geen levensenergie terug. In tegendeel. Al snel verscheen er een rode draad over het lichaam van de twee. Ze hadden de ziekte opgelopen waar Franka ons voor had gewaarschuwd. Bestond een papegaaiaap eigenlijk wel? Nu begon ik toch te twijfelen. Als dit inderdaad de ziekte was waar Franka het over had, dan was er geen geneesmiddel. En voor zover ik kon zien kon ik ook echt niets doen. Er zat niets meer op dan verder gaan naar waar we al op weg waren. De vesting. Wie weet hadden ze al vooruitgang geboekt, of konden ze ons vertellen hoe we deze vreemde, neiuwe ziekte konden genezen.

Het duurde niet lang voordat we lawaai hoorden. We kwamen aan bij de vesting en zagen dat ze al werd aangevallen. De poorten werden ingebeukt met een stormram, maar de mensen in de vesting goten kokende olie naar beneden. En toen zagen we hoe een pijl van vuur ons voorbij schoot en een muur vormde. Het was een vijandige spreuk geweest maar het kon dienen voor onze dekking. We gingen zo snel als we konden naar de poorten toe en vroegen om ons binnen te laten. Ze geloofden ons niet, en wilden ook olie over ons gieten, tot ze de zegelring zagen die we bijhadden. Ze lieten de poort snel een beetje open zodat we naar binnen konden glippen. En daar ontmoetten we de Baron van Brago. Hij was de heer en meester van de vesting. Hij zag er zeer moe uit, maar nog steeds vechtklaar. Hij vroeg ons wie we waren, en we lieten hem weten dat we de helden van Gareth waren. Hij vond dit duidelijk heuglijk nieuws. Hij dacht dat wij, als de helden van Gareth die de vliegende vesting hadden neergehaald, best wel het kleine legertje voor zijn voordeur konden uitschakelen. We hadden er niet veel moed in. Het was duidelijk dat de troepen van de Baron ver in de minderheid waren. Daarbij leek het er nog eens op dat de vijand een heks bij zich had. De Baron vertelde ook dat de meeste van zijn troepen waren weggevaagd door een gigantische rode slangachtige. Veel van zijn mensen waren ook ziek geworden van hetzelfde dat Daaan en Thenaka hadden opgelopen. Ze waren neergeschoten met pijlen waar blijkbaar de ziekte aankleefde.

Het was duidelijk dat de vesting nagenoeg verloren was. Maar we konden misschien wel iets met de slangen doen. We werden naar een paar wandtapijten geleid waarop de slangen afgebeeld waren. Ze werden rode draken genoemd en waren duidelijk Fae. De Baron vermoedde dat de heks de creaturen in haar macht had. Dus alles dat we moesten doen was haar uitschakelen. Het enige probleem was dat ze was omgeven door vijandelijke soldaten, natuurlijk. Thenaka en Daan waren druk bezig een aanvalsplan te bedenken. Ik ging liever even kijken naar de gewonden. En toen hoorden we enorm gebulder. Muren brokkelden af, giganische stenen werden naar binnen geslingerd,... Maar de Baron leek dit normaal te vinden. Dit was waarschijnlijk hoe het de voorbije dagen was gegaan. Een onophoudelijke belegering.

Klaar

_________________
Griffioenen zijn chimaren!!!
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Dawn
Kind van de Regenboog
Kind van de Regenboog
avatar

Aantal berichten : 866
Leeftijd : 29
Location : Schoten
Registration date : 25-08-07

BerichtOnderwerp: Re: Jaar des Vuur: Dagboek   za feb 06, 2010 12:17 am

VXXIV De aanval

We hadden die nacht slecht geslapen. Heel de nacht hoorden we hoe kannonballen de muren braken, hoe mensen gewond raakten en zelfs stierven. Het voelde wrang aan om die ochtend rustig aan de ontbijttafel te zitten, wachtend op wat we wisten dat ging gebeuren. Vermoeid zeiden we geen woord aan tafel. Nadat we hadden gegeten wat we binnen konden krijgen, gingen we naar buiten om de opgelopen schade te bekijken. En toen kwam er een verassing aangereden. Het was een kleine cavalerie-eenheid, met aan het hoofd ervan Eslam! De poort werd snel opengedaan voor de aanstormende hulp voordat iemand goed en wel doorhad wat er aan de hand was. In totaal waren het 30 ruiters. Zodra hij er was, gingen we kijken wat de man hier aan het doen was. Hij zei dat hij wou helpen tegen het aanvallende leger dat blijkbaar werd geleid door Ruana Konquebaere. Dit was vreemd omdat Eslam eigenlijk onder Jast Gorsan zou moeten dienen. Hij zei echter dat hij dacht dat hij hier niet achter zou komen. Hij had ook legers gestuurd naar AlberniŽ, maar ze opgedragen om zo traag mogelijk te reizen. Eslam was een goede man. Hij zat dan ook in het verbond van de griffioen en de vos met ons.

Het heuglijk weerzien duurde echter niet lang. We werden opnieuw bestookt met kannonenvuur en hekserijen. Er moest iets worden gedaan, en dringend. Thenaka wilde een aanval doen, en stond op het punt om dit te doen, maar toen braken ze door de poort. Daan ging hogerop zitten om door een schietgat te kunnen schieten, samen met andere boogschutters. Thenaka stond onderaan klaar om de vijandelijke menigte op te vangen, samen met Lyam. Ik deed niets. Ik verstopte me ergens waar ik dacht dat ze niet zouden kijken, in de buurt van Daan, en trachtte de gewonden te helpen die in mijn buurt waren gevallen. Ik zag dat de aanvallende massa groot was, maar er waren geen rode slangen te zien. Het was een echt bloedbad. De Albernische soldaten deden wat ze konden. Ze vochten met veel moed en kracht, maar ze waren gewoon met veel minder dan de rest. Toen ik een triomfkreet hoorde, wist ik dat Daan de heks had uitgeschakeld. Dat was toch al ťťn punt voor onze kant. Het gevecht ging verder in een zeer bloedrige slachting. Het duurde niet lang voordat de grond modderig was geworden door het bloed. Mannen en vrouwen vielen in beide kampen. Zwaardslagen klonken over het hele slagveld. Staal tegen staal, of in het ergste geval, staal op vlees. Ik probeerde er niet op te letten, en gewoon uit te kijken naar de slangen die nu toch elk moment zouden moeten verschijnen.

En toen was het gedaan. De strijd had zowat de hele dag geduurd, maar nu was hij gedaan. Er bleven niet veel mensen meer over. Aan onze kant bleven wij over, samen met Eslam en de Baron. De oppositie had niemand meer over. Mathematisch gezien zou dat moeten betekenen dat we gewonnen hadden, maar hoe kon er een winnaar zijn wanneer er zoveel doden waren gevallen. Maar gewonnen of niet, we hadden nog iets te doen. We moesten Ruana vinden, zeker zijn dat ze dood was, zodat de slangen niet opneiuw konden worden opgeroepen, of misschien te weten komen waar de slangen eigenlijk zaten, zodat we er misschien voor konden zorgen dat vele mensen toch niet gingen sterven. We gingen naar het slagveld en vonden haar niet, vreemd genoeg. De heks lag er wel, maar daar was niets speciaals aan te zien. Daan besloot om een beetje te gaan spoorzoeken. Hij was er best goed in, en vond dus al snel het klungelige spoor van Ruana. Het spoor leidde recht naar het bos, en dus gingen we haaar achterna. We probeerden zo stil mogelijk door het bos te sluipen, maar voordat we ver konden geraken werden we aangevallen door een grote rode slang. Het moest ťťn van de fae zijn. Thenaka, Daan en Lyam vielen het beest onmiddelijk aan, dat heftige uitvallen deed. Af en toe viel het mij aan, maar veel schade kon het mij niet toebrengen. Gelukkig slaagden ze erin om het beest neer te brengen. Het was er maar ťťn geweest maar hij was al moeilijk genoeg.

De gewonden krabbelden haastig terug overeind, negeerden de nu dode slag, en volgden het spoor verder het bos in. En toen zagen we haar. Ze zat in het midden met daar rond twee slangen. Verdorie, nog twee van die beesten. Eťn was al moeilijk genoeg geweest. Ruana leek in een soort van trance te zijn en merkte ons niet op. Daar maakten we gebruik van. Thenaka en de anderen stormden op de slangen af om ze snel mogelijk in elkaar te hakken, voordat Ruana ontwaakte om ze te helpen. Het was een zeer moeilijk gevecht, zeker na al de wonden die ze hadden opgelopen, door een hele dag op het strijdveld te staan, en daarna nog een slangenfae te bevechten. Maar wonder boven wonder lukte het uiteindelijk toch, na veel moeite en bijna-dood-ervaringen. Ruana was nog steeds niet ontwaakt, dus probeerden we haar vast te binden. Maar ze reageerde op de eerste aanraking. Ze begon ons direct te bedanken, dat we haar gered hadden, en vertelde dat ze was beÔnvloed door de heks en dat het helemaal haar schuld niet was. Maar wij hadden al veel meegemaakt en geloofden geen woord van wat ze zei. Dit viel haar duidelijk op, want ze staakte haar klaagzang en kreeg een wrange blik op haar gezicht. Toen probeerde ze te gaan lopen. Wij trachtten haar nog op tijd te vangen, maar het was al te laat. Ze sprong van een klif die eindigde in een bulderende rivier. Tegen de tijd dat wij over de rand van de klif keken om haar te zoeken, was ze al verdwenen. Dood, of...?

Teneergeslagen keerden we terug. We keken er niet naar uit om dit te gaaan melden aan de Baron. Maar de slangen waren tenminste dood, en het was al duidelijk dat de rode streep bij Thenaka en Daan was verdwenen. Voordat we terug in de vesting gingen, wilden de mannen nog rondkijken op het slagveld, om te zien of ze iets nuttigs konden vinden, misschien zelfs een aanwijzing, opdracht of toekomstige plannen. De mannen hadden niet veel nuttigs gevonden. Lyam had veel verband gevonden dat hij gracieus aan mij gaf. Maar ik had wel een paar interessante dingen gevonden. Ik had een zwaard gevonden dat magische kwaliteiten had. Misschien kon ik dit wel verkopen aan de Phex-tempel. Ik had ook een krachtgordel gevonden die een persoon extra kracht kon geven. Hier zaten nog de volle 6 porties in. En mijn laatste vondst was een echt geschenk van de goden, misschien wel letterlijk. Het was een hoogelfs artifact, een harp genaamd Maanlied. Deze kon ervoor zorgen dat een bescheiden priesteresje zoals ik, de goddelijke krachten die ik ontleende, sneller kon herstellen. Het kon ook magiŽrs helpen om hun krachten te herstellen. Het was werkelijk een prachtige vondst.

Gedaan!

_________________
Griffioenen zijn chimaren!!!
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
 
Jaar des Vuur: Dagboek
Terug naar boven 
Pagina 2 van 2Ga naar pagina : Vorige  1, 2

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
DSASpeelgroep :: Karakters Jaar des Vuur :: Femke-
Ga naar: